Hogeschool van Amsterdam

Verkeerde beeldvorming staat keuze voor wijkzorg in de weg

Studenten HBO-V kiezen meestal voor het ziekenhuis

4 jan 2018 14:15 | Afdeling Communicatie

We hebben een groot maatschappelijk probleem als het beeld van studenten HBO-Verpleegkunde over de wijkzorg niet verandert. Maar ook Verpleegkundestudenten zelf zijn erbij gebaat dat zij een realistischer beeld meekrijgen over de wijkverpleegkunde. De wijkzorg sluit namelijk veel vaker aan op de ambities van HBO-V-studenten dan zij zich nu realiseren.

Dat constateert Margriet van Iersel, docent-onderzoeker aan de opleiding HBO-Verpleegkunde van de HvA in haar recente publicatie. Van Iersel onderzoekt voor haar promotie of de beeldvorming van HBO-V-studenten over de wijkverpleegkunde realistischer en positiever wordt onder invloed van een nieuw curriculum.

Van Iersel analyseert in haar publicatie de resultaten van haar enquête, die 1058 eerstejaars HBO-V-studenten van zes hogescholen invulden bij de start van hun studie. 71 procent van de ondervraagde eerstejaars Verpleegkunde wil in het ziekenhuis stage lopen. ‘Slechts’ 5,4 procent van de eerstejaars noemt de wijk (thuiszorg) gewenste stageplek. Ook al gaat het om een stage, die percentages zeggen veel over de toekomst: “De eerste twee stages zijn enorm bepalend voor het vakgebied dat studenten later kiezen,” licht Van Iersel toe. 

Twee studenten HBO-V op de bank. Still uit NOS-filmpje over wijkstages die HvA organiseert onder HBO-V-studenten

Still NOS Journaal over stages HvA-studenten in de wijkverpleegkunde


Uitdaging: juist in de wijk

Eerstejaarsstudenten gaan voor hun stagevoorkeur af op beelden van het ziekenhuis en de wijk, die mede door de media wijdverbreid zijn geworden. Maar die beelden stroken niet altijd met de werkelijkheid, want de rol van de wijkverpleegkundige is erg veranderd de laatste jaren.

In feite past de wijkverpleegkunde vaak juist bij wat studenten zoeken in hun toekomstige baan. Zo konden de eerstejaars in de enquête aangeven wat zij belangrijke punten vinden aan hun toekomstig vakgebied. Een diverse patiëntengroep scoort hoog, evenals uitdaging, verantwoordelijkheid en afwisseling. Het zijn bij uitstek de kenmerken die juist bij de wijkverpleegkunde horen.

Van Iersel geeft een paar voorbeelden van misverstanden. “Zo denken studenten dat het ziekenhuis de uitdaging biedt die ze zoeken. Maar een verpleegkundige verricht daar meer de routinematige handelingen”, zegt Van Iersel. “In de wijk is het werk veel afwisselender, met veel eigen verantwoordelijkheid. De wijkverpleegkundige is dé zorgregisseur. Die indiceert en bepaalt welke zorg de cliënt allemaal nodig heeft, en betrekt de andere zorgverleners, zoals de huisarts of fysiotherapeut.”

Margriet van Iersel


Ouderen versus gemixte groep

Een andere misvatting is dat het beeld bestaat dat in de wijkverpleegkunde vooral oudere cliënten te vinden zijn. “In feite is de doelgroep in de wijk diverser dan in het ziekenhuis, met cliënten van alle leeftijden,” zegt Van Iersel. “Studenten weten nog niet dat er in het ziekenhuis juist ook veel oudere patiënten te vinden zijn.”

Het beeld dat eerstejaars van de wijkverpleegkunde hebben is kortom beperkt; ze onderschatten de vaardigheden die bij het vak komen kijken. Zo verzamelt de wijkverpleegkundige ook epidemiologische gegevens van mensen uit de wijk voor de gemeente en GGD, om zo voor preventie van een grote bevolkingsgroep te zorgen.

Tabel met redenen voor keuzes werkveld, uitslag enquête die Margriet van Iersel afnam onder eerstejaars HBo-V-studenten

Tabel met top 5 redenen van geênqueteerde studenten om voor werkveld te kiezen

Beeld bijstellen

Het is daarom hard nodig dat studenten tijdens hun studie een reëler beeld meekrijgen van de wijkverpleegkunde. "Het begint al op open dagen", aldus Van Iersel. Als hoofd van de curriculumcommissie van de HvA-opleiding HBO-Verpleegkunde heeft zij meegewerkt aan een vernieuwd curriculum. Inmiddels krijgen HBO-V-studenten daardoor meer voorbeelden uit de wijk in het lesmateriaal, en ook voor de klas staan meer rolmodellen uit de wijk. Meer stages in de wijk, met goede begeleiding, dat is het grootste aandachtspunt waaraan hogescholen en thuiszorgorganisaties nu werken.

De docent-onderzoeker heeft goede hoop dat deze aanpak uiteindelijk vruchten gaat afwerpen. “Het beroep van wijkverpleegkundige heeft veel aanzien gehad in de jaren ’80, toen de rol leek op hoe die nu is. Het was toen stoer. Later moesten wijkverpleegkundigen het vuur uit de sloffen lopen, waarna het animo sterk is gedaald. Maar nu is de wijkverpleegkundige opnieuw die spin in het web. Het kost alleen tijd en moeite om het beeld weer bij te stellen.”

Wijkverpleegkundige meet bloeddruk bij patiënt thuis

Wat meespeelt, is bovendien dat studenten het idee hebben dat ze weinig kunnen bereiken in de thuiszorg, omdat de cliënten niet meer beter worden. ‘Dit raakt aan de perceptie van wat het beroep verpleegkundige inhoudt’, zegt Van Iersel. Vaak hebben jongeren een beeld daarvan, dat gestoeld is op beelden uit bijvoorbeeld ziekenhuisseries of YouTube-filmpjes. Van Iersel: “Simpel gezegd: het idee dat een verpleegkundige een soort redder is- iemand die in een ziekenhuis een infuus aanlegt, en ervoor zorgt dat de patiënt weer beter de deur uitloopt.”

Dat is niet de realiteit van het beroep. “Veel patiënten, met name ouderen, zijn ook niet beter wanneer zij het ziekenhuis verlaten. Wie in het vak zit, weet hoe complex dit eigenlijk is. Als verpleegkundige werk je hard aan die halve centimeters die een patiënt opschuift, díe maken in zo’n situatie al het verschil. En juist in de wijkverpleegkunde is die verpleegkundige rol heel dankbaar.”

HvA-Verpleegkundestudenten brengen infuus aan in pop